De Zen van het leven

'De Zen van het leven'

Hoofdstuk 35


Zen is 'Zijn wie je bent'

Het doel van de Zen-weg heb ik in het eerste hoofdstukje beschreven als 'thuiskomen bij jezelf'. Het heerlijke van thuis-zijn is dat je daar altijd gewoon mag zijn wie je bent. Uiteindelijk is de mens die de weg van Zen gaat, dus niets anders dan: gewoon zichzelf.

'Jezelf zijn' lijkt op het eerste gezicht een eenvoudige taak, maar is bij nadere beschouwing een verstrekkende opdracht. Je kunt immers alleen jezelf zijn als je weet wie je bent. Die zelfkennis, die al eerder werd aangehaald als de toegangspoort tot de verwerkelijking van je bestaan, speelt zich af op twee niveaus. In de eerste plaats gaat het om het herkennen van de drijfveren in je leven, je behoefte aan veiligheid en erkenning, en hoe die heel subtiel hun invloed uitoefenen op je denken en doen. In de tweede plaats gaat het om de ontdekking van een diepere laag van het bestaan, de bewustwording van de intrinsieke eenheid van de hele schepping en jouw verbondenheid met alles en allen.
'Jezelf zijn' kan alleen als je durft te leven vanuit je hart. Nog één keer laat ik Jezus aan het woord:

Jezus zei: Vertel geen leugens en doe niet wat je haat, want alles zal aan het daglicht treden. Niets is verborgen, dat niet openbaar zal worden en niets zal bedekt blijven zonder ontsluierd te worden.

Geen leugens vertellen, niet doen wat je haat. Dat is leven vanuit je hart. Het is een levensgevaarlijke uitspraak als hij niet in de context van de zelfkennis geplaatst wordt, want dan wordt het een vrijbrief om aan elke opwelling toe te geven. Het is een bevrijdende uitspraak als hij geleefd wordt door de mens die zijn hart doorgrond heeft. Het opent, aldus de hier aangehaalde belofte van Jezus, het zicht op de diepere werkelijkheid van het bestaan.

'Jezelf zijn' wil niet zeggen dat je niet meer geraakt zou worden door de pijn van de wereld of persoonlijk verdriet. De mens die leeft vanuit zijn hart is geen stoïcijnse 'heilige', zonder emoties en met een eeuwig bestorven glimlach op het gelaat. Nee, de Zen-weg doodt je gevoelens niet en verwijdert je ego niet uit je lichaam. Integendeel, je wordt gevoeliger voor alles en iedereen om je heen, en ook gevoeliger voor wat zich in jezelf voltrekt. Je voelt meer betrokkenheid bij de pijn van anderen en kunt dat ook gemakkelijker toelaten omdat het je niet meer machteloos maakt. Je ziet ook hoe je leven bestuurd wordt door je angsten en driften, maar ontdekt tevens dat ze ondergeschikt zijn aan je diepe besef van verbondenheid met alles en de stroom van mededogen die opwelt uit de grond van je bestaan.

'Jezelf zijn' is weet hebben van de binnenkant en de buitenkant van de beker van het leven, die beide werkelijk zijn en ondeelbaar met elkaar verweven. Dóór alle tegenstrijdigheid van het leven heen schijnt de harmonie van een schepping die zich van zichzelf bewust wordt. Dóór alle vernietiging en dood, eenzaamheid en onderdrukking heen schijnt het diepe mededogen dat de dragende kracht van de schepping is.

'Jezelf zijn' als opdracht is uiteindelijk gewoon midden in het leven staan, zoals in het tiende plaatje van de os waarin de zoeker terugkeert naar de markt. Dat kan echter niet zonder de grote omweg langs alle afgronden van je ziel en de confrontatie met wat diep in je leeft. De weg van Zen gaan is daarom steeds weer opnieuw terugkeren bij jezelf, tijdens de meditatie, tijdens je werken overdag, tijdens je rusten in de avond. De weg van Zen gaan is met grote inzet, grote twijfel en groot vertrouwen in die rusteloze wereld staan. Maar als je jezelf diepgaand hebt leren kennen is de uiterlijke onrust van het dagelijks leven niet meer de enige werkelijkheid. Je weet dat je diep van binnen rust in de oergrond van de schepping en dat onverwoestbare besef draag je met je mee. Daaraan ontspruit het vertrouwen en het weten, ver buiten het denken om, dat de dagelijkse worsteling met 'de Zen van het leven' uiteindelijk 'de Zin van het leven is'.

(Uit: 'De zen van het leven', © Jos Stollman)